|
|
Krijg de vinkentering!
1001 Nederlandse en Vlaamse verwensingen
by
Ewoud Sanders and Rob Tempelaars
|
(From the Introduction)
Acht soorten verwensingen
In dit boek onderscheiden we acht soorten verwensingen. Benoemingsmotief, vorm
en betekenis zijn bepalend geweest om onderscheid te maken tussen ziekteverwensingen,
doodverwensingen, verwensingen met ander onheil, verdwijnverwensingen, afweerverwensingen,
ironische verwensingen, rijmende verwensingen en zelfverwensingen. Iedere
categorie begint met een toelichting. Hoewel er ook historische verwensingen zijn
opgenomen, ligt de nadruk sterk op hedendaagse verwensingen. Er staan veel meer Nederlandse
in dan Vlaamse. In Nederlandstalig België is het genre minder populair. Er zijn
bovendien duidelijke verschillen: in Vlaanderen komen beduidend minder ziekteverwensingen
voor, maar bij verwensingen die beginnen met kus, lik en schijt
nemen de Vlaamse een dominante positie in.
Natuurlijk hebben we geprobeerd om in iedere categorie redelijk compleet te zijn,
maar elke woordenboekenmaker weet dat dit een ijdel streven is. De benoemingsmotieven
en de onderliggende taalkundige structuren zijn hiermee echter volledig in kaart
gebracht. Ook iemand die een ander schuimbekkend iets afschuwelijks toewenst, houdt
zich aan bepaalde taalkundige regels, zelfs als hij ter plekke een nieuwe verwensing
verzint.
Een en ander is te verduidelijken met een paar voorbeelden. Stel, twee viswijven
krijgen bonje. De een roept joh, krijg de pokken. De ander kan dan roepen
krijg zelf de pokken, maar het is effectiever om iets ergers te verzinnen,
om de verwensing te versterken, bijvoorbeeld tot krijg de pestpokken. Waarop
de eerste weer: krijg de gloeiende pestpokken. Of, nog sterker: krijg de
kanker-tyfus-tering-pokkenpest. Maar nummer twee wint, want zij kent de verwensing
krijg de Overmaasse hazewindhonden-korenmolen-pestpokken. Einde discussie.
Een ander voorbeeld. Op een bepaalde school of in een bepaalde wijk zegt men krijg
de tering. Na een tijdje is deze verwensing niet doeltreffend meer, want afgesleten.
Zij wordt versterkt door er bijvoorbeeld van te maken krijg de vinkentering.
Of, nog krachtiger: krijg de vliegende vinkentering, dan kun je fluiten.
(Excerpts from the first chapter on Disease Curses)
Krijg een strontoog
Ingestuurd door iemand uit Gouda. Waarschijnlijk wordt een zweertje aan het ooglid
bedoeld, dat ontstaat door een ontsteking van de talgkliertjes. In de algemene taal
wordt een dergelijke aandoening meestal strontje of gerstekorrel genoemd;
gewestelijke benamingen zijn onder andere weeroog, weern, paddenscheet, paddenpisser
en weegscheet. In de Vlaamse volkstaal wordt van iemand met een strontoog
gezegd dat hij tegen de kerk, op het kerkhof of in de maan gepist heeft.
Veel van deze uitdrukkingen herinneren aan het volksgeloof dat iemand die ergens
plast of poept waar dat niet behoort, gestraft wordt met een aandoening aan zijn
of haar oog.
Krijg de stuipen
Net als bij kramp maken de spieren bij stuipen onwillekeurige samentrekkingen.
Stuipen kunnen optreden bij heel jonge kinderen die plotseling hoge koorts krijgen
en bij barende vrouwen, als teken van een ernstige zwangerschapsvergiftiging. Krijg
de stuipen betekent vooral "rot op, bekijk het maar, je kunt me de bout
hachelen".
Krijg de stuipen in je darmen
Komt voor in een Haags verwensingen-gedichtje. Zie verder in het hoofdstuk over rijmende
verwensingen.
Krijg de syfilis
De geslachtsziekte syfilis, in de informele taal bekend als de sief
of de siep, wordt in verwensingen niet veel gebruikt. Krijg de syfilis
vonden we alleen in deze Amsterdamse variant van een bekend verwensingen-versje:
Verrek, verroest, verteer,
Donder op en lazer neer.
Krijg de koude kippenkoorts,
Waterpokken, enzovoorts,
Tering, tyfus, cholera,
Syfilis etcetera.
Krijg de takke
Takke is een verbastering en verkorting van het Franse attaque "beroerte".
"Iemand heeft het woord opgevangen van een dokter, een predikant of wie dan
ook, alleen geweten dat de getroffene er erg aan toe was en de nieuwe uitdrukking
was geschapen," aldus Jo Daan in 1948 in haar boekje Hij zeit wat! Grepen
uit de Amsterdamse volkstaal. In zijn bewerking van dit boekje voegt Jan Berns
(1995) daar nog aan toe dat men in Amsterdam ook wel spreekt van een tak van beroerte.
Men zegt ook je kunt de takke krijgen, soms met de uitbreiding ... de blaadjes
komen er vanzelf aan.
Krijg de takke en de beris
Een uitgebreide verwensing die bestaat uit twee, ook afzonderlijk voorkomende verwensingen.
In 1972 door Jan de Hartog gebruikt in De maagd en de moordenaar: "Jij
mot Loetje de takke en de beres late krijge." Onlangs nog gehoord in IJmuiden.
Krijg de touwtakke(n)
Schertsende versterking van krijg de takke. Vergelijkbaar zijn krijg de
touwtering en krijg de touwtyfus.
Krijg de touw-takke(n)-tering, dan kun je je uit laten rafelen
Een verwensing die volgens een informant in de periode 1940-1950 in Rotterdam gebruikt
werd. Vergelijkbaar met krijg de touwtering, (dan) kun je (uit)rafelen en krijg
de touwtyfus, dan kun je (uit)rafelen.
Krijg de tering
Tering is de volksnaam voor tuberculose. Deze ziekte dateert al van duizenden
jaren voor onze jaartelling. Vroeger dacht men dat tuberculose erfelijk was. Pas
in 1882 ontdekte de Duitse arts Robert Koch dat de ziekte door een bacterie, de tuberkelbacil,
wordt veroorzaakt. Eigenlijk is de naam tering alleen op de laatste stadia
van de ziekte van toepassing, als de tuberculose de patiënt uitteert,
zijn gestel sloopt.
Tijdens de Eerste en Tweede Wereldoorlog stierven er heel veel mensen aan tuberculose.
De ziekte werd zo gevreesd dat tuberculose eerst eufemistisch werd verkort
tot tbc en vervolgens tot tb - net zoals kanker door sommigen
kortweg k wordt genoemd. Een tijdlang had men de ziekte in het Westen redelijk
onder controle, maar juist de laatste jaren komt tuberculose, ook in Nederland, weer
in toenemende mate voor, vooral onder buitenlanders die hiernaartoe zijn gevlucht.
In de volkstaal is tering van oudsher een geliefde ziekte om mee te vloeken,
schelden en verwensen. De ziekte komt voor in uitdrukkingen als ergens de tering
in hebben voor "ergens onstemd over zijn" en hij zal er de tering
nog van krijgen voor "het is heel gevaarlijk voor hem, hij trekt het zich
erg aan". Daarnaast komt tering, net als andere ziektes, voor als productief
eerste deel van samengestelde woorden, volgens Van Dale zelfs in combinatie met werkwoorden,
zoals in teringouwehoeren en teringzeiken, maar toch vooral in scheldwoorden
als teringhoer, teringhond, teringjong, teringmeid, teringwijf enzovoorts.
Tering wordt ook als uitroep gebruikt, vooral in Rotterdam. Vandaar het volgende
grapje, dat werd vermeld door een 10-jarige jongen:
Vraag: Weet je wat een Rotterdamse telefoon doet?
Antwoord: Téééwring-téééwring-téééwring.
De uitdrukking hij zal er de tering niet van krijgen wordt gebruikt voor
"hij zal er geen nadelige gevolgen van ondervinden".
Krijg de tering aan je linkerlongklep
Gevonden bij Van Sterkenburg (1997).
Krijg de vliegende tering
Vliegende tering bestaat echt. De medische naam is phthisis galopans;
in Nederlandstalig België zei men -- onder invloed van het Frans -- galopperende
tering. Het gaat hier om een acute longtuberculose die binnen vier weken tot
de dood kan leiden. Gebruikelijker is de verwensing krijg de vliegende vinkentering.
Krijg de vliegende tering, (dan) kun je aan de Melbourne-race meedoen
Een komisch bedoelde uitbreiding van de vorige verwensing, onlangs gehoord in Den
Haag. Vliegen wordt hier opgevat als "zich snel, vliegensvlug voortbewegen",
een vereiste voor deelname aan een grote, internationale zeilwedstrijd als de Melbourne-race.
Krijg de teringzooi
Aangedragen door een twaalfjarige jongen uit Gouda. Er wordt daar veel gescholden
met samenstellingen met -zooi. Men zegt er ook krijg de kankerzooi.
Krijg de apentering
Apen kunnen niet het lazarus ("melaatsheid") krijgen, maar wel de
tering. Met tbc besmette apen kunnen deze ziekte overdragen op mensen. Hoewel
je dus in theorie echt de apentering kunt krijgen, heeft apen- in deze
verwensing vooral een versterkende functie. Dat geldt ook voor de bekendere variant
krijg het apenlazarus.
Krijg de graftering
In 1987 door Boudewijn Büch gebruikt in Het dolhuis: "Krijg de graftering
met die zuiperij!" De betekenis is "lazer op, val dood". Het gaat
hier om een variant van krijg de grafkanker.
Krijg de rattentering
Vergelijk krijg de rattenkanker.
Krijg de tiefttering
Zeer algemeen in Rotterdam. Tieft- zal hier een verbastering zijn van tyfus.
Krijg de touwtering
Algemene verwensing, ingezonden door informanten uit onder meer Amsterdam, Den Haag
en Soest. Men zegt ook zich de (vliegende) touwtering schrikken/werken
voor "erg hard schrikken/werken".
Krijg de touwtering, (dan) kun je (uit)rafelen
Deze verwensing is vooral in Amsterdam en Rotterdam gesignaleerd. Hij is daar in
ieder geval sinds de jaren veertig bekend. In de Maasstad zei men toen ook krijg
de touw-takken-tering, dan ken je je uit laten rafelen. Meer gebruikelijk is
de variant krijg de tyfustering, (dan) kun je (uit)rafelen.
Krijg de Overmaasse hazewindhonden-pestpokken-korenmolen-touwtering,
(dan) kun je uitrafelen
Zie ook in de rubriek Pest.
Krijg de touwtering-tyfus-pleuris-kanker-cholera
Ingezonden door iemand uit Amsterdam. Zij kent de verwensing nog uit haar jeugd.
In familiale kring werd de uitdrukking verzacht tot krijg de TTTPKC, schrijft
zij:
Aangezien wij als kind niet mochten vloeken, hadden we eigenlijk ook later als
volwassene niet zo'n behoefte om grof uit de hoek te komen. Mijn jongste broer echter
reed heel veel kilometers per jaar. En achter het stuur worden volgens mij de meeste
verwensingen uitgesproken. Om nou niet al te grof over te komen, was zijn standaardverwensing:
krijg de TTTPKC. [...] De echte verwensing was:
"krijg de TouwTeringTyfusPleurusKankerCholera." Niet echt leuk om naar
je hoofd te krijgen, maar met zo'n afkorting valt het nog reuze mee. Helaas horen
we deze vloek niet meer want mijn broer is overleden (niet aan één
van zijn eigen verwensingen), en een zelfbedachte vloek neem je niet van iemand over,
dan mist-ie z'n kracht.
Krijg de tyfus-tering
In Rotterdam vooral algemeen in de verbasterde vorm krijg de tiefttering.
Krijg de vinkentering
Waarom is het woord vinke(n) ooit aan tering toegevoegd? "Of
het element vink relativerend en kleinerend, dan wel versterkend is, moet
ik in het midden laten," aldus Van Sterkenburg (1997). Er is nog een andere
mogelijkheid. Een vink is een vogel, vogels vliegen, dus het kan goed zijn
dat vinkentering is ontstaan als variant van de vliegende tering. Men
vindt ze samen in het allitererende krijg de vliegende vinkentering (dan
kun je fluiten).
Net als tering kan krijg de vinkentering -- vooral als het begint met
krijg nou -- worden gebruikt als kreet van verbazing of ergernis. Men zegt
ook zich de vinkentering werken, schrikken, slaan of zoeken.
Vinkentering betekent dan niet meer dan "zeer, heel erg". Jacobse
en Van Es, Haagse penozetypetjes van Kees van Kooten en Wim de Bie, gebruikten deze
verwensing veelvuldig in 1980-1981. Mogelijk heeft dit bijgedragen aan de populariteit
ervan. De verwensing kwam echter al in de jaren veertig voor.
Hoewel krijg de vinkentering al lang bestaat en ook vaak wordt gehoord, heeft
de uitdrukking nog niet echt aan kracht ingeboet. Zo ontving Het Klokhuis, een populair
televisieprogramma voor kinderen, eens boze brieven van ouders nadat in een sketch
was gezegd krijg toch de vinkentering. Overigens vonden de briefschrijvers
ook mierenneuken aanstootgevend.
Een vergelijkbare reactie kreeg de Haagse schrijfster Mirjam van der Eijk, toen zij
in 1991 meedeed aan een wedstrijd "prachtig plat-Haags praten". De NRC
Handelsblad berichtte indertijd:
Haar voordracht, doorspekt met vloeken en vreselijke ziektes als "cholera"
en "vinketering", lokt verontwaardigde reacties uit. "Bè mè
hoef dat nie, dat plat Haags kankere," zegt een jonge moeder. Driftig duwt zij
haar kinderwagen de menigte uit.
Maar anderen vinden vinkentering juist een mooi, poëtisch woord. Dat
geldt bijvoorbeeld voor de Tilburgse dichter en performer Ko de Laat, die in 1995
een dichtbundel uitgaf getiteld titel De vinketering.
Krijg de vliegende vinkentering
Een 75-jarige informant uit Rotterdam schrijft: "De uitdrukking krijg de
vliegende vinkentering is onvervalste Rotterdamse havenwerkerstaal." Zeker
is dat deze verwensing veel wordt gebruikt - ook buiten de Maasstad. Een informant
uit Reeuwijk meldt een bijzondere toepassing: "Bij ons wordt krijg de vliegende
vinkentering vaak gebruikt omdat ons bedrijf Vink heet."
Krijg de vliegende vinkentering, dan kun je fluiten
Begin jaren veertig gehoord in Den Haag. In een recente studie van het Haags wordt
krijg de vinkentering aangemerkt als typisch Haags, maar dat is zeker niet
zo.
Krijg koperen hartkleppen, dan kun je je je leven lang de tering
poetsen
Variant van krijg koperen hartkleppen, dan ken je je eigen de kanker poetsen.
Copyright © 1999 by Ewoud Sanders and Rob Tempelaars

Back to "News - Reviews - Interviews"
|